Foto: Jonah M. Kessel, http://jonahkessel.com

Foto: Jonah M. Kessel, http://jonahkessel.com

In de zeven jaar dat ik nu in China woon, heb ik talloze mensen voorbij zien komen die hier kwamen voor vakantie, stage of een cursus. Afgaand op de beweringen, assumpties en vragen die deze bezoekers hadden over China en de Chinezen, besefte ik me hoe moeilijk – of zelfs onmogelijk – het eigenlijk is om jezelf een enigszins accuraat beeld van China te vormen voordat je hier naartoe komt. In mijn eigen geval wist ik ook niet goed wat ik moest verwachten toen ik besloot om naar Beijing te verhuizen, zonder kennis van de taal (Mandarijn). Maar ik had de hoop dat ik vanuit mijn Chinese achtergrond een voordeel zou hebben ten opzichte van andere westerse buitenlanders.

Tevergeefs, dat voordeel was er niet. Veel lange-termijn expats zullen het beamen als ik zeg: “Hoe langer je hier bent, hoe meer je leert en kennis je vergaart, hoe minder je begrijpt en hoe meer vragen je zult hebben over China”. Als je beweert alles over China te weten én te begrijpen, houd je naar mijn mening jezelf en anderen voor de gek. Er is de veronderstelling dat alleen het bestuderen van verschillen helpt bij het kweken van begrip. Ik morrel graag aan de fundamenten van deze stelling.

De juiste context

Ik begon over dit thema na te denken toen ik een paar jaar geleden een interview met één van mijn favoriete China journalisten, Ian Johnson las. Hij schrijft momenteel onder andere voor The New York Times en is auteur van het boek “Wild Grass: Three Stories of Change in Modern China.” In dit interview werd hem gevraagd of hij vaak wordt geconfronteerd met hardnekkige stereotyperingen en misvattingen over China, ondanks zijn verwoede pogingen als journalist om deze teniet te doen. Johnson antwoordde dat journalisten nu eenmaal over uitzonderlijke zaken rapporteren. Alles wat normaal is, is niet interessant om over te berichten. Het is een universele regel waar iedereen, media en publiek, bewust of onbewust aan meedoet. Het publiek is echter niet in staat om wat buiten de eigen referentiekaders valt in context te plaatsen. Anders gezegd, in hoeverre kun jij als lezer een bericht over China in de juiste context plaatsen als je die context überhaupt niet kent?

Bijvoorbeeld, na het lezen over het Nederlandse paardenvleesschandaal gingen we ervan uit dat dit een uitzondering was, en niet de regel. We plaatsen het in de juiste context. Lezen we over een vleesschandaal in China, gaan we er echter van uit dat dit normaal is in China. Zo heel raar is dit wellicht niet, omdat we vaker over vleesschandalen in China lezen dan in Nederland. Dit bevestigt onze aanname dat het vlees in China niet te vertrouwen is, maar in principe vindt er dus automatisch een omgekeerde aanname plaats: dat wat we lezen over een ander land meteen representatief is voor dat land. Het zijn natuurlijke en eerlijke aannames die we zo maken, want hoe kunnen wij weten wat een uitzondering is als wij niet weten wat normaal is? We missen de context. We willen ons een beeld vormen van andere culturen dus nemen we wat de media ons voorschotelen niet alleen aan als waar, maar ook als normaal: als de orde van de dag in dat land, in die cultuur, voor al die mensen.

Het is dus niet vreemd dat mensen zich geen goed beeld kunnen vormen van China, puur afgaande op de berichtgeving over China in de media. En dit is natuurlijk niet China-specifiek maar geldt bijvoorbeeld ook voor de berichtgeving over het Midden-Oosten. In zijn boek “Het zijn net mensen” laat Joris Luyendijk bijvoorbeeld heel goed zien hoe de media ons een gefilterd, vervormd en gemanipuleerd beeld van het Midden-Oosten geven.

Bewust worden van overeenkomsten

Niet alleen journalisten rapporteren over uitzonderlijke zaken. Wij, de lezers, hebben ook alleen interesse in alles wat wij niet normaal vinden; kortom in alles waarin de Chinezen van ons verschillen. Ik heb een aantal interculturele workshops en communicatietrainingen achter de rug en vond elke keer weer dat de focus teveel op de culturele verschillen tussen Chinezen en zogenoemde Westerlingen werd gelegd. Deze verschillen werden zo sterk benadrukt, dat ze werden getransformeerd naar gedrags- en omgangsregels. Het is goed om kennis te hebben van cultuurverschillen en deze in je achterhoofd te houden, maar het is verstandig en wijs om te beseffen dat deze niet perse tot de orde van de dag horen of van toepassing zijn op elke Chinees die je tegenkomt. Wellicht zouden we ons hier meer bewust van moeten worden.

Foto: Jonah M. Kessel, http://jonahkessel.com

Foto: Jonah M. Kessel, http://jonahkessel.com

Als we nog een stapje verder willen zetten in de richting van deze gedachte, dan zou ik zeggen dat we ook een beter besef zouden moeten kweken van de dingen die in China hetzelfde zijn als in Nederland. Over de overeenkomsten tussen de mensen en het leven hier in China en daar in het Westen; denk daarbij aan dingen als dagelijkse beslommeringen, dromen en verlangens, het halen van verkoopcijfers, de ergernissen over de manager die zijn positie echt niet aan zijn competenties te danken heeft en dergelijke.

Teveel nadruk op verschillen

Waarom vinden we overeenkomsten tussen ons en de Chinezen niet interessant en blijven we maar de nadruk leggen op verschillen? Dit resulteert logischerwijs in een wij-zij denken en werkt veelal averechts. Ik geloof dat de “culturele verschillen” die voor onbegrip en problemen zorgen kleiner gemaakt kunnen worden of misschien zelfs helemaal teniet kunnen worden gedaan, door de overeenkomsten een grotere rol te geven in de vergelijking en te werken aan het verkrijgen van context.

Uiteindelijk zijn we allemaal mensen met eigen persoonlijkheden die beïnvloed worden door verschillende factoren waarvan cultuur er slechts één is, en zeker niet allesbepalend. Verlegen en brutale mensen kom je in elke cultuur tegen. Als je een Chinees team moet managen, kun je dan niet beter uitgaan van de individuele persoonlijkheden van je teamgenoten en hun karakteristieken, in plaats van het feit dat ze allemaal Chinees zijn en dus met stokjes eten, heet water drinken, niet creatief zijn, micro-management op de werkvloer nodig hebben, zich niet durven uit te spreken en geen mening hebben?

Ik kan wat Duco van Breemen twee weken geleden hier op China2025.nl schreef dan ook niet genoeg beamen. In zijn blog over exporteren naar China schreef hij: “Er is maar één waarheid en die is als volgt: bedrijven vallen of staan NIET met hun netwerk of kennis van de Chinese zakencultuur, maar met hun product, service, markt en alle andere universele wetten op het gebied van zakendoen.

Universeel. Juist!