De Meester, Confucius, wijdde zijn leven aan de bestudering van de moraal, en had zo een krachtig beeld van hoe een hoogstaand mens te zijn. Een rode draad door de nog altijd invloedrijke ideeënwereld van Confucius is dan ook morele vorming. Dit proces noemt men ook wel morele zelfcultivering, en als ware confucianist draag je hiermee je steentje bij aan de wereld.

Eenmaal moreel volledig ontwikkeld, en je zo bevindend in een superieure staat van zijn, heb je jūnzǐ bereikt; je bent dan een voorbeeld voor anderen. Een junzi ademt beschaving en onderscheidt zich van een laag persoon (xiaoren) door middel van karakter, opvoeding en morele standaarden. Junzi worden is wat Confucius betreft het hoogst haalbare, en voor de gewone mens een opdracht van levenslange duur.

Junzi in het hier en nu

Aangezien het confucianisme sinds de jaren 80 wereldwijd een indrukwekkende renaissance heeft beleefd, ben ik mij als student Chinastudies af gaan vragen of en zo ja hoe het confucianistische junzi-ideaal verandering van tijd en plaats heeft overleefd. Zodoende heb ik aan de hand van literatuur en interviews onderzocht wat er gebeurt met de perceptie van een hoogstaand mens, junzi, als we het verplaatsen van een eeuwenoude oosterse context naar een moderne westerse context.

De interviews die ik heb afgenomen waren met mensen met een Chinese achtergrond die inmiddels al jaren in een westerse context wonen en werken. Voorafgaand aan het interview hebben zij aangegeven het confucianisme als een belangrijke levenswijze te beschouwen. Bovenal bleek dat junzi tegenwoordig nog springlevend is.

De verantwoordelijkheid om moreel leiderschap te tonen

Een interessante invulling van het ideaal is dat een junzi volgens de participanten geknipt is voor een moderne leidersfunctie. Toen tijdens de interviews leiderschap het onderwerp van gesprek was, brachten de participanten namelijk unaniem goed leiderschap in verband met morele kracht. Een relevante vraag aan hen in dat opzicht was of mensen in leidinggevende functies een moreel voorbeeld zouden moeten geven. Een eerste participant antwoordde daarop:

Ja, ik vind dat ze dat moeten doen. Omdat mensen in leidersposities meer macht hebben, en macht brengt een grotere verantwoordelijkheid met zich mee. En om op een juiste manier met deze macht om te kunnen gaan, en moreel oprecht te zijn, is het belangrijk om een goed mens te zijn. Anders kan het gevaarlijk zijn.

Een andere deelnemer zei hierover:

Dat is een hele goede vraag. En dat brengt ons bij een belangrijk gezegde van Confucius in China: yán chuán shēn jiào. Dat betekent dat je iemand iets leert door woorden en dat je het goede voorbeeld geeft. Dit zijn de belangrijke stappen om leiderschap op je te nemen. Dus je ouders bijvoorbeeld, zij zouden het goede voorbeeld moeten geven. Het is eigenlijk belangrijker om het goede voorbeeld te geven dan te zeggen dat iemand dit of dat moet doen. Het is cruciaal om een leider te hebben die het goede voorbeeld geeft.

Beiden brengen in het bijzonder goed leiderschap in verband met morele kracht omdat een leiderspositie een machtsrelatie oplevert en zo een bepaalde verantwoordelijkheid legt bij de leider. Vervolgens kan met deze verantwoordelijkheid enkel gepast omgegaan worden wanneer de leider in kwestie, of dat nu de regeringsleider is of één van je ouders, hoge morele standaarden heeft. Macht en dus verantwoordelijkheid maken volgens de participanten voorbeeldig gedrag absolute noodzaak. Goed leiderschap staat volgens hen gelijk aan het geven van een moreel voorbeeld: moreel leiderschap.

Xi als junzi

Ook volgens een derde deelnemer is zelfcultivering essentieel voor goed leiderschap; hij vindt bijvoorbeeld dat voor het voortbestaan van de Communistische Partij van China (CCP) de zelfcultivering van haar leiders van fundamenteel belang is. Deze nadruk heeft blijkbaar zijn weerslag op hoe organisaties en overheden in respectievelijk het westen en China zijn ingericht:

Ik denk dat de manier van de Chinezen harder en strenger is. Omdat confucianistische zelfcultivering iemand richting macht cultiveert, zoals iemand die zoveel macht kan hebben zonder corrupt te zijn – dat is een veel hogere standaard. Ik denk niet dat westerse mensen dat nodig hebben, omdat je daar verschillende partijen hebt in de regering, en onafhankelijke vakbonden. Daardoor is het niet noodzakelijk om één persoon met zulke hoge morele standaarden te hebben als Xi Jinping (Hird 2016, 133).

Deze participant betoogt dat de Chinese focus op zelfcultivering men als het ware in staat stelt om veel macht te bezitten en belangrijke leidersfuncties te bekleden. Hij gebruikt Xi Jinping hierbij als voorbeeld, die in zijn eentje zeer veel macht bezit, en dus wel deugdzaam móét zijn. Het volgens de participant voorbeeldige gedrag van Xi maakt hem uitermate geschikt als leider, en het maakt evenzeer junzi geschikt als leider.

Hoe Confucius’ ideaalbeeld van tweeënhalfduizend jaar geleden tot op de dag van vandaag leeft, is fascinerend. Ook in de 21e eeuw hebben confucianisten hun eigen ideeën over wat voorbeeldig gedrag en goed leiderschap betekent. Maar junzi kan natuurlijk voor iedereen een inspiratie zijn, niet alleen voor confucianisten. De Meester laat ons in elk geval niet stilzitten; de bestudering van de moraal is immers nooit klaar!

 

Dit blog is onderdeel van de blogreeks “Scriptie van de maand”, waarin we studenten de kans bieden om hun onderzoek te delen met een breder publiek. Iedere derde donderdag van de maand besteden we aandacht aan een nieuwe scriptie, binnen een diversiteit aan onderwerpen. Houd China2025.nl in de gaten voor meer blogs over interessante scripties! Eerdere blogs in deze serie kun je hier teruglezen.

Heb jij zelf onderzoek gedaan naar een China-gerelateerd thema, en zou jij dit graag willen delen op China2025? Neem dan contact op met de redactie.