Vrijdag 24 januari is de Internationale Dag van de Taal, Kunst & Cultuur. De communistische leiders van China hebben serieus overwogen om de Chinese karakters te vervangen door het Latijnse alfabet.

Chinees is de meest gesproken taal ter wereld. Om precies te zijn: het Standaard-Mandarijn is de meest gesproken taal ter wereld. Het is de officiële voertaal in China en Taiwan en een van de vier officiële talen van Singapore. Niemand weet precies hoeveel mensen in de wereld de taal machtig zijn, maar het zijn er naar schatting ruim een miljard, meer dan het Engels en Spaans samen.

Dat is een hele prestatie als je bedenkt dat pas 80 jaar geleden werd besloten een standaardtaal in China in te voeren. Tot die tijd had iedere streek zijn eigen dialect. Dat was nauwelijks een probleem, want reizen deed bijna niemand. Om de communicatie tussen de ambtenaren in het keizerrijk mogelijk te maken, spraken zij Guanhua, een soort mix van Peking-Mandarijn en lokale dialecten.

Maar met de opkomst van moderne vervoermiddelen en telecommunicatie werd de onderlinge communicatie binnen China wel een probleem. In 1932 werd na lang wikken en wegen als nationale taal gekozen voor het dialect van de hoofdstad, Beijinghua of Peking-Mandarijn.

Uit het oogpunt van nation building besloten de communisten in 1949 dat Standaard-Mandarijn de taal zou worden die in de kersverse natie aan iedereen moest worden onderwezen.

Maar daarmee was nog niet gezegd dat iedereen ook direct die Putonghua, algemene taal, machtig was. Miljoenen Chinezen waren gewend andere dialecten te spreken, denk alleen maar aan de omvangrijke groep die Kantonees sprak, dat trouwens ook weer uit honderden dialecten bestaat. Maar velen binnen de Volkrepubliek spreken ook compleet andere talen, zoals Mongools, Tibetaans en Oeigoers. Met name veel ouderen zijn nooit aan Standaard-Mandarijn toegekomen. Tot op de dag vandaag spreekt niet iedereen in China dezelfde taal. Naar schatting 900 miljoen Chinezen zijn het ‘maar’ machtig.

En dan hebben we het nog niet over het schrift gehad. Chinese talen worden geschreven in karakters. Oorspronkelijk zijn die ontwikkeld als een soort beeldtaal.

De communistische leiders vonden dat maar lastig en hebben met het idee gespeeld Chinese karakters helemaal af te schaffen en over te gaan op het Latijnse alfabet. Dat durfden ze uiteindelijk toch niet aan en er werd besloten tot vereenvoudiging van de taal. Karakters werden simpeler, woorden die uit verschillende karakters zijn samengesteld verkort en veel woorden gewoon afgeschaft

Ooit waren er in het keizerrijk wel 56.000 traditionele karakters. Na de vereenvoudiging zijn er ongeveer 12.000 Hanzi over. Een gemiddelde Chinees kent er ongeveer 4.000. Iemand met een universitaire opleiding 7.000 tot 10.000. Sommige karakters komen sporadisch voor, dat bijna niemand hun betekenis kent. Naar schatting 14 procent van de Chinese bevolking is analfabeet.

Om de taal voor buitenlanders enigszins toegankelijk te maken zijn er in de loop der tijd verschillende systemen bedacht om het Chinees fonetisch uit te spreken. Het systeem van Wade-Giles is lange tijd leidend geweest, maar in 1958 bedachten de communisten Pinyin, wat letterlijk transcriptie betekent. Het systeem werd in 1979 officieel door China ingevoerd en wordt tegenwoordig als de internationale standaard beschouwd.

Maar Chinese talen zijn toontalen; een toon verkeerd uitspreken kan een woord een compleet andere betekenis geven. Om de taal te kunnen leren, worden in lesboekjes aan woorden in Pinyin zogeheten diakritische tekens toegevoegd die de juiste toon aangeven.

Maar ook wie wel het standaardmandarijn machtig is, kan daarmee niet altijd uit de voeten. Er zijn nog steeds regionale verschillen in uitspraak. Een hele geruststelling voor wie zich na een cursus Chinees verstaanbaar probeert te maken: Chinezen begrijpen elkaar onderling ook lang niet altijd.

 

De Reis door China in 48 Dagen wordt vervolgd op dinsdag 4 februari: Wereld Kankerdag.