Vrijdag 24 oktober is de dag van de Verenigde Naties. Van oudsher moeten de Chinese leiders niet zoveel hebben van supranationale organisaties. Maar die houding is langzaam aan het veranderen. China ziet ook wel voordelen van internationale samenwerking.

China’s buitenlandse politiek wordt decennialang gedomineerd door het non-interventiebeginsel: als jij je niet met onze binnenlandse sores bemoeit, dan bemoeien wij ons niet met jouw problemen.

Internationale organisaties bemoeien zich per definitie met de zaken van individuele landen en daarom is China er niet dol op. Zelfs over kwesties die niets met de Volksrepubliek te maken hebben, verzetten China’s leiders zich tegen internationale bemoeienis. Als je daar niet consequent in bent, zo redeneert men, komt vroeg of laat het moment dat andere landen zich met China denken te kunnen bemoeien.

Die opstelling leidt tot ergernis in de westerse wereld, maar tot instemming bij regeringen elders in de wereld. Zeker in landen die problemen hebben waar anderen zich graag mee willen bemoeien. Daar beschouwt men Beijing als loyaal, consequent en vooral voorspelbaar. Heel anders dan de westerse landen, waar het beleid na iedere verkiezing kan veranderen. Het ene moment sta je als staatshoofd met je tent in Londen, Parijs en Rome, het volgende moment word je uit je paleis gebombardeerd.

China heeft niet de ambitie de politieagent van de wereld te spelen. Het land is kritisch over wat buitenlandse bemoeienis met bijvoorbeeld Irak, Afghanistan, Libië of Egypte heeft opgeleverd.

Maar naarmate de Chinese belangen over de hele wereld toenemen, verandert ook het denken in Beijing over internationale samenwerking. Er zijn problemen die individuele landen niet kunnen oplossen. Of grensoverschrijdende problemen waarvoor een gezamenlijke aanpak nodig is, zoals piraterij of besmettelijke ziektes.

Bovendien voelt China langzamerhand ook de verantwoordelijkheid die bij een (economische) grootmacht hoort. En dan is internationale samenwerking te prefereren boven unilateraal optreden van de VS en zijn bondgenoten.

Van de 18 VN-vredesmissies die op dit moment worden uitgevoerd, doet China er aan tien mee. Acht daarvan zijn er in Afrika (waar China grote economische belangen heeft opgebouwd), maar ook de missies in Libanon en Cyprus worden met mensen en materieel ondersteund.

Bovendien veranderen de Chinese bijdrages aan vredesmissies. Werden voorheen vooral genie-, transport- en medische eenheden gestuurd, sinds dit jaar worden ook gevechtstroepen geleverd aan de missies in Mali en Zuid-Soedan.

Ook aan VN-organisaties levert China een bijdrage, zoals de wereld gezondheidsorganisatie WHO en het Wereld Voedselprogramma.

China levert momenteel een majeure bijdrage aan de Ebola-crisis. De Chinese hulp bestaat uit gelddonaties, medische materialen, voedsel en het zenden van medische teams. China heeft in totaal 115 medisch specialisten uitgezonden naar Guinee, Liberia en Sierra Leone.

Ook pleit China voor een grotere rol van de VN in de bestrijding van de ‘internationale plaag’ en ‘vijand van de mensheid’ terrorisme. Het land heeft te maken met islamitische extremisten in de westelijke regio Xinjiang en ziet met lede ogen aan hoe zij samenwerken met andere religieus gemotiveerde terreurgroepen in het Midden-Oosten.

Dat betekent niet dat China alle reserves ten opzichte van de VN heeft laten varen. De Chinese leiders zijn nog steeds sceptisch over bemoeizuchtige organisaties zoals de VN-mensenrechtenraad en het permanente Hof van Arbitrage in Den Haag. De Chinese opstelling ten opzichte van de VN is vooral praktisch en gericht op het eigenbelang; al verschilt het daarin niet van de meeste andere landen.

Een bijzondere plek neemt China in de VN-Veiligheidsraad in. China is één van de vijf permanente leden en beschikt daarom over een vetorecht.

President Xi Jinping heeft gezegd dat hij voorstander is van een permanente zetel voor India. Met 1,2 miljard inwoners is India veel groter dan de VS, Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië, die wel een vaste plek in de Veiligheidsraad hebben.

Als die opzet slaagt, zou dat de verhoudingen in de Veiligheidsraad enorm beïnvloeden. En dat is natuurlijk precies wat China wil; de dominantie van het westen op het wereldtoneel beperken. En waar op grond van veranderende verhoudingen in de wereld nog wel iets voor te zeggen valt ook.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op dinsdag 11 november: Singles Day.