Vrijdag 17 oktober is de internationale dag voor de bestrijding van armoede. Geen land ter wereld heeft de armoede zo succesvol weten te bestrijden als China. Toch leven daar vandaag de dag nog 82 miljoen burgers onder de armoedegrens.

Je kunt een hoop van het hedendaagse China zeggen, maar een paar communistische idealen heeft de Volksrepubliek in zijn 65-jarige bestaan wel degelijk weten te bereiken. De gezondheidszorg is spectaculair verbeterd. Evenals de arbeidsparticipatie van vrouwen, voedselzekerheid en de toegang tot het onderwijs.

Maar het grote succesverhaal van China is de bestrijding van de armoede. Het percentage extreme armen in China daalde van 84 procent van de bevolking in 1981, tot 6 procent van de bevolking in 2014. Dat betekent dat het aantal mensen dat van minder dan een dollar per dag moet leven in 34 jaar is gedaald van 835 miljoen tot 82 miljoen in 2014. En dat terwijl de omvang van de bevolking in dezelfde periode met 30 procent is gegroeid.

Vergelijk dat eens met India, het land met de een na grootste bevolking ter wereld. Daar is het percentage extreem armen weliswaar gedaald, maar het nominale aantal van ongeveer 400 miljoen arme Indiërs is in dezelfde periode jaar vrijwel onveranderd gebleven.

Urbanisatie is een belangrijke verklaring voor de Chinese progressie. Volgens de Wereldbank concentreert armoede in de wereld zich op het platteland. Een op de drie mensen in rurale gebieden is arm; terwijl van de stadsbevolking ‘slechts’ 12 procent in armoede leeft.

Juist China heeft de afgelopen decennia een enorme urbanisatiegolf gezien. Van de Chinezen die naar de stad zijn getrokken heeft het leeuwendeel zich aan de armoede weten te onttrekken.

Het gemiddelde inkomen van Chinezen is sinds 1978 61 keer zo hoog geworden.

Volgens het nationale statistiekbureau bedraagt in 2012 het gemiddelde inkomen 24.565 yuan per jaar (2.947 euro).

Een gemiddeld huishouden had in 2012 bezittingen met een waarde van 439.000 yuan (52.700 euro). Dat is 17 procent meer dan in 2010. Onroerend goed is doorgaans het belangrijkste bezit, goed voor driekwart van het gezinskapitaal

Naar Westerse maatstaven is de armoede in China nog steeds groot. De groep die van een dollar per dag moet leven is dan misschien gedaald, maar dat wil niet zeggen dat al die anderen in welvaart leven.

Veel Chinezen in de grote stad leven nog steeds in betrekkelijk sobere omstandigheden, zeker als ze door het ontbreken van een hukou, een woonvergunning, alleen recht hebben op vergoedingen voor zorg, onderwijs en pensioen die op prijsniveau van het platteland zijn afgestemd, terwijl de werkelijke kosten in de stad veel hoger zijn.

De echte armoede bevindt zich op het Chinese platteland. In 2013 werd voor het eerst een groot bevolkingsonderzoek gehouden onder plattelandsbewoners. Daaruit bleek dat bijna een kwart (23 procent) onder de officiële armoedegrens van 2.300 yuan per jaar (280 euro) leeft; 42,4 miljoen ouderen.

De Chinese traditie dat jongeren hun ouders bijstaan komt steeds meer onder druk te staan. Negen op de tien ouderen op het platteland zagen hun kinderen naar de stad vertrekken. Sommigen krijgen financiële ondersteuning van hun kroost, sommigen hebben al jarenlang niets gehoord.

Een probleem is ook de verdeling van de toegenomen welvaart. Er leven tegenwoordig 190 miljardairs in China. Uit onderzoek van de universiteit van Beijing bleek deze zomer dat een relatief kleine groep veel meer heeft geprofiteerd van de welvaartsgroei dan de gemiddelde Chinees.

Eén procent van alle Chinezen is eigenaar van een derde van alle bezittingen. En de armste 25 procent bezit slechts één procent van de totale rijkdom.

Inkomensongelijkheid is voor veel Chinezen een groot maatschappelijk probleem. Zij begrijpen niet waarom een kleine groep bovengemiddeld profiteert van China’s economische wonder, terwijl voor veel mensen het leven maar langzaam beter wordt.

Volgens het Chinese statistiekbureau bedraagt de Gini-index waarmee de verdeling van de rijkdom wordt uitgedrukt in China 0,481. Volgens twee Chinees-Amerikaanse onderzoekers van de Universiteit van Michigan is het werkelijke cijfer echter 0,55. Bij een cijfer van 0,4 of groter is sprake van grote ongelijkheid. Bij een cijfer boven de 0,5 is sprake van ongelijkheid die tot maatschappelijke onrust kan leiden.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op vrijdag 24 oktober: de dag van de VN.