Dit is het tweede deel in een blogtweeluik over de emigratie uit China van Ronald en Chris tijdens de Covid-19 uitbraak. Het eerste deel kun je hier teruglezen.

31 januari

Een bewoonster van ons complex is inderdaad besmet, maar schijnt sinds het moment van besmetting niet thuis te zijn geweest. Ze was eerder in Hubei, werd onwel in de trein onderweg terug naar Shenzhen, en is van het treinstation rechtstreeks naar het ziekenhuis gegaan. Haar man is wel naar huis gegaan, maar vertoont (nog) geen symptomen.

Ons complex bestaat uit meerdere gebouwen, omringd door een hek met twee poorten. Eén wordt afgesloten en bij de andere poort worden toegangscontroles ingesteld. Alleen bewoners mogen nog naar binnen en bij binnenkomst wordt ieders temperatuur gemeten. Liften, deuren en gemeenschappelijke ruimtes worden allemaal gedesinfecteerd. Omdat het virus ook op metaal kan overleven, is over de liftknoppen nu een doorzichtig folie geplakt, ernaast zijn tissues opgehangen.

Aeroflot meldt aan het eind van de middag dat we ons ticket kunnen annuleren of omboeken, ook als dat (zoals in ons geval) volgens de ticketvoorwaarden niet mag. Wat is wijsheid? Zo snel mogelijk vertrekken nu iedereen in paniek is? Of het oorspronkelijke plan volgen en hopen dat de paniek dan voorbij is? Of is wat we nu zien slechts het begin van paniek?

Chris informeert bij de dierenarts of we de uitreispapieren voor de poes eerder kunnen krijgen en wat dan een realistische vertrekdatum is. 7 februari, aldus de dierenarts. Binnen een paar minuten besluiten we ons vertrek te vervroegen. We bellen Aeroflot en sturen het nieuwe reisschema naar de dierenarts.

1 februari

De dierenarts probeert tevergeefs de uitreispapieren te regelen. Hij laat ons weten dat de regels nu elke dag veranderen en dat het onzeker is of we de papieren überhaupt kunnen krijgen. Morgen zal hij het opnieuw proberen. Wat als Puma op het laatste moment niet mee mag? We informeren bij vrienden of ze misschien op haar willen passen, mogelijk voor maanden, tot we haar alsnog kunnen ophalen.

Ondertussen zijn we druk met het opruimen van onze spullen. Wat moet en kan mee, wat moeten we opsturen naar Chris’ ouders, wat laten we achter bij vrienden?

De zorgen en onzekerheid omtrent ons vertrek beginnen hun tol te eisen. We slapen slecht en ik merk dat ik op het eind van m’n Latijn raak. Ik ben moe en heb keelpijn. Het komt vast van alle stress. Of ben ik toch besmet? Wat doe ik als ik ziek word? Ga ik naar het ziekenhuis? Wat als het een gewone verkoudheid is en ik juist in het ziekenhuis besmet raak?

Puma en onze bagage op de luchthaven van Guangzhou.

2 februari

De dierenarts probeert het opnieuw, maar geeft aan dat hij onzeker is over het slagen. Laat in de middag komt het verlossende woord. De uitreispapieren worden in gereedheid gebracht en per koerier naar zijn praktijk gestuurd. Overmorgen moeten we met Puma langskomen voor de laatste inentingen. We krijgen dan gelijk de papieren mee.

4 februari

De vriendin die ons naar de dierenarts zou rijden, laat weten dat ze niet langer beschikbaar is. Haar ouders wonen bij haar in en lopen bij een eventuele besmetting vanwege hun leeftijd een groter risico ernstig ziek te worden. Een ritje met ons naar de dierenarts vindt ze te veel risico, zeker nu er in ons complex een mogelijke besmetting is. We hebben er begrip voor.

Gelukkig vinden we een andere vriend die ons naar de dierenarts kan rijden. Op het moment dat we van huis willen vertrekken, stuurt de dierenarts een bericht dat de papieren nog niet binnen zijn. Ze zouden wel onderweg zijn. We verzetten de afspraak naar morgen.

5 februari

De papieren zijn binnen, en net op tijd. Omdat het nu zo moeilijk is om de papieren bij het douanekantoor te krijgen, neemt de dierenarts geen nieuwe aanvragen meer in behandeling. Ook lijken we geluk te hebben gehad voor wat betreft reisroute en luchtvaartmaatschappij. We konden vliegen vanuit Hongkong en Guangzhou. Hongkong sloot 4 februari de grens voor huisdieren en van de luchtvaartmaatschappijen waarmee we konden vliegen, vliegt alleen Aeroflot nog.

Bij aankomst in Moskou worden alle passagiers gecontroleerd met een thermische camera.

6-7 februari

Na de laatste koffer-inpak-stress proberen we nog wat te slapen. Rond half vijf ‘s ochtends brengen we onze bagage naar beneden. Dezelfde vriend rijdt ons naar het vliegveld. Tegen de tijd dat we alles in de auto hebben, zijn we helemaal bezweet. Nog één keer naar boven om de poes te halen. De maskers bemoeilijken het ademen. Ik hoop dat we niet meteen een temperatuurcontrole krijgen, want dan zouden we zeker verdacht zijn.

We vertrekken extra vroeg omdat een kennis een paar dagen eerder uren in de file heeft gestaan vanwege extra controles onderweg. Gelukkig krijgen wij de eerste controle pas na twee uur, bij het verlaten van de snelweg. Daarna nog een bij de parkeergarage, en nog een bij de terminal.

Na het inchecken gaan we door de veiligheids- en paspoortcontrole. Er is een extra gezondheidscontrole waarvoor we een formulier moeten invullen. Zijn we zelf in Hubei geweest, hebben we contact gehad met mensen uit Hubei, hebben we ziekteverschijnselen? De laatste temperatuurmeting is ook in orde en we mogen door.

Na wekenlang afstand houden van anderen, zelfs van naaste vrienden, zitten we nu de komende 10 uur opgesloten in een kleine ruimte met honderden vreemden. Elk een potentiële besmettingsbron. We wisselen onze chirurgische maskers om voor N95-maskers. Deze bieden betere bescherming maar zijn tegelijkertijd veel minder comfortabel om te dragen. De strakke elastieken banden snijden in je oren en de lucht kan alleen maar door een kleine filter naar binnen en buiten.

Bij aankomst in Moskou moeten alle passagiers blijven zitten voor nog een controle. Onderweg hebben we al een gezondheidsverklaring ingevuld. Controleurs in witte beschermende pakken komen het vliegtuig in en controleren iedereen met een thermische camera. Nadat iedereen in orde is bevonden, mogen we het vliegtuig uit.

De overstap verloopt probleemloos en we komen goed op onze eindbestemming aan. Puma is het, na 24 uur in haar reistas, nu toch wel zat en begint luid te miauwen. Blij dat we er zijn!

8 februari

De volgende ochtend horen we dat het gebouw waarin we woonden in quarantaine is geplaatst. Niemand mag er nog in of uit. Eén dag verschil en we waren niet verder gekomen dan onze voordeur.

Ondanks dat we de kans dat we besmet zijn heel klein achten, besluiten we om contacten met anderen gedurende twee weken zoveel mogelijk te beperken.

Die twee weken zijn inmiddels voorbij en we maken het goed.