Zaterdag 31 mei is de Internationale dag tegen roken en tabak. Nergens ter wereld worden zoveel sigaretten weggepaft als in China. De overheid kondigt steeds meer anti-rookmaatregelen af. Vooralsnog hebben die geen effect.

China is de grootste producent en de grootste markt voor tabaksproducten ter wereld. Vorig jaar bedroeg de Chinese sigarettenproductie 2.580 miljard stuks. Met ruim 300 miljoen rokers is China goed voor een op elke drie sigaretten die op aarde wordt opgestoken.

Rookwaar is een staatsmonopolie. China National Tobacco Corporation is bijna net zo groot als de westerse multinationals Philip Morris en British American Tobacco samen. Dankzij de fenomenale aantallen leveren de rokers de Chinese overheid jaarlijks 865 miljard yuan (104 miljard euro) op; acht procent van alle nationale belastinginkomsten.

Zoals in veel opkomende economieën groeit de tabaksconsumptie met de welvaart mee. Overal zie je mensen roken. Een pakje van een lokaal merk kost ongeveer 15 yuan (nog geen twee euro), in de provincie soms maar 5 yuan (60 eurocent).

Roken wordt als een belangrijke oorzaak gezien voor de toename van het aantal longkankerpatiënten. In 2003 tekende China het verdrag van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) om roken te ontmoedigen. De Chinese overheid heeft sindsdien verschillende maatregelen afgekondigd. Reclame voor tabaksproducten is sinds 2005 verboden op radio, tv, speelfilms en printmedia. Ook geldt er sinds 2011 een verbod op roken in openbare gelegenheden. De communistische partij heeft zijn leden opgedragen af te zien van roken in het openbaar om het goede voorbeeld te geven.

Tot nu toe zijn die maatregelen niet erg effectief. De verkoop van sigaretten is gestegen sinds de invoering van het anti-rookbeleid. Geen wonder dat Onderzoekscentrum voor gezondheidsbevordering in Beijing concludeert dat het Chinese anti-rookbeleid is mislukt.

Hoezeer het roken met de paplepel wordt ingegoten, blijkt uit onderzoek van de Johns Hopkins University in Baltimore. Negen op de tien Chinese kinderen van 5 en 6 jaar oud kennen minstens één merk sigaretten. En 22 procent weet zeker dat ze later wil gaan roken. Van de Chinese kindjes heeft 71 procent iemand in het gezin die rookt; 86 procent kent één of meer tabaksmerken en 43 procent herkent het Marlboro-logo.

Vandaar dat de jongste ontmoedigingsregels zich richten op kinderen. Tabakswaren mogen niet aan minderjarigen worden verkocht. In januari heeft het ministerie van onderwijs een totaalverbod afgekondigd op roken in de kinderopvang, lagere scholen en middelbaar onderwijs. Universiteiten moeten hun gebouwen rookvrij maken, maar mogen buiten rokersplekken inrichten.

Ook mogen onderwijsinstellingen geen rookwaren meer verkopen, samenwerking met tabaksfabrikanten aangaan of reclame in schoolgebouwen toestaan voor tabaksproducten.

Maar het grote punt blijft toch het afdwingen van al die anti-tabaksmaatregelen. Sinds in 2011 een rookverbod in openbare gelegenheden is afgekondigd, hebben maar een tiental steden regels ingesteld. De controle op naleving van de regels stelt weinig voor.

Een stad als Hangzhou heeft in 3,5 jaar tijd slecht 94 boetes uitgedeeld. De stad heeft een tiplijn ingesteld om overtredingen te melden, maar tegen de tijd dat controleurs arriveren is de overtreding niet meer te bewijzen. De stad Harbin roept burgers op om overtreders van het rookverbod te fotograferen om zo het bewijs van de overtreding te kunnen leveren. Dat heeft tot nu toe niemand gedaan.

Voorafgaand aan deze dag tegen het roken, bleek uit onderzoek van het Chinese centrum voor ziektepreventie dat de helft van middelbare scholieren in de afgelopen maand iemand hebben zien roken in hun schoolgebouw. Een op de acht heeft een van zijn leraren in de klas zien roken. En vier op de vijf rokers in de leeftijd van 13 tot 15 jaar zegt dat ze geen problemen ondervinden om sigaretten te kopen.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op donderdag 5 juni: Wereld Milieu Dag.