Woensdag 1 oktober is de internationale ouderendag. Dankzij een spectaculair gestegen levensverwachting neemt het aantal senioren in China sterk toe. Maar de sociale problemen onder Chinese ouderen is groot.

De gemiddelde levensverwachting voor een Chinese man is 74 jaar en voor een Chinese vrouw 77 jaar (cijfers 2013). Vergelijk dat eens met de jaren ’50, toen de gemiddelde levensverwachting in China nog 41 jaar was.

Meer en betere voeding, gezondheidszorg en urbanisatie (weg van de primitieve leefomstandigheden op het Chinese platteland) hebben de gemiddelde levensverwachting opgestuwd. Volgens de Chinese vereniging voor geriatrie leven er 54.166 mensen in China die ouder zijn dan 100 jaar. Het oudste echtpaar van China bestaat uit Ping Muhu en zijn vrouw Zhang Xinniu uit Yuzhou, provincie Henan. Zij zijn samen 213 jaar oud.

De gestegen levensverwachting is goed nieuws voor de individuele Chinees. Maar het is een macro-economische ramp voor de Volksrepubliek. China heeft ervoor gezorgd dat 99 procent van zijn bevolking beschikt over een ziektekostenverzekering. Dat is voor een opkomende economie een prestatie van jewelste. Maar de kosten van het systeem zijn geëxplodeerd. China geeft meer dan 5 procent van zijn bruto nationaal product uit aan zorg; 2,9 biljoen yuan in 2012 (348 miljard euro).

In 2002 was dat nog 1 procent. Wie zich realiseert hoezeer de omvang van de economie in de afgelopen tien jaar is gegroeid, begrijpt dat de kosten van de Chinese gezondheidszorg niet vijf keer zo hoog zijn geworden, maar 25 keer zo hoog.

Hetzelfde probleem zien we bij de pensioenen. China heeft een bescheiden pensioenregeling, die recht geeft op een pensioentje voor stadsbewoners van 1.000 tot 2.000 yuan per maand (120 à 240 euro). Voor een oudere op het platteland is dat minder, maandelijks ongeveer 300 yuan (36 euro).

Door de toegenomen levensverwachting zijn er steeds meer Chinezen die een pensioen genieten: 202 miljoen in 2013.

Momenteel is de pensioenleeftijd voor vrouwen 55 en 60 jaar voor mannen. Geen wonder dat de Chinese overheid overweegt de pensioenleeftijd te verhogen. Het pensioensysteem, hoe bescheiden de vergoedingen ook zijn, dreigt onbetaalbaar te worden. Het Centrum voor Sociale Zekerheid luidde dit jaar de noodklok. Om iedereen de komende jaren van een pensioen te kunnen voorzien, zouden de reserves eigenlijk moeten worden verdubbeld en de regeling voor staatsmedewerkers worden versoberd.

Om het systeem te ontlasten zou de pensioenleeftijd met tenminste vijf jaar moeten worden verhoogd. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een verhoging van de pensioenleeftijd op groot verzet bij de bevolking kan rekenen. Maar er is geen houden aan. In 2050 zullen er 480 miljoen Chinese pensionado’s zijn.

Het macro-economische probleem wordt nog groter als je beseft dat China niet alleen vergrijst, maar ook ontgroent. Door de eenkindpolitiek die in 1979 is ingevoerd, zijn er relatief steeds minder jongeren.

De groep die de belastingen en premies moeten opbrengen voor de groeiende groep ouderen wordt dus steeds kleiner. Dit is een belangrijke reden waarom de Chinese overheid de eenkindpolitiek steeds verder versoepelt.

Door de enorme urbanisatie van jongere generaties zijn veel ouderen op het platteland alleen achtergebleven. Er leven naar schatting 160 miljoen ouderen op het Chinese platteland; negen op de tien zagen hun kinderen vertrekken naar de stad. Gezien het beperkte aantal vrije dagen van de meeste Chinezen, zien ze hun kinderen niet of nauwelijks. Ze zijn bijna de hele dag alleen, krijgen nauwelijks telefoon en ontvangen maar een of twee keer per jaar bezoek. Sommige ouderen weten niet eens of hun kind nog in leven is.

Veel van deze ouderen leven op de rand van armoede. Soms krijgen ze naast hun pensioentje financiële ondersteuning van hun kinderen in de stad. Soms bewerken ze een stukje grond om zelf groenten te verbouwen.

Uit een nationaal onderzoek onder senioren blijken grote gezondheidsproblemen. Zo’n 54 procent heeft hoge bloeddruk. Opvallend is ook het grote aantal psychische problemen. Bijna de helft van alle vrouwen (48 procent) en een op de drie mannen (32 procent) vertoont klachten als slapeloosheid en angsten. De onderzoekers constateren dat ongeveer 40 procent van alle ouderen depressieve symptomen heeft. Dat zou betekenen dat 74 miljoen Chinese ouderen depressieve klachten hebben.

Bijna een kwart (23 procent) leeft onder de ouderen in chinaofficiële armoedegrens van 2.433 yuan per jaar (2.900 euro); dat zijn 42,4 miljoen ouderen. Uit onderzoek van de universiteit van Hong Kong bleek eerder dit jaar dat het percentage zelfmoorden onder ouderen tegen de trend in stijgt.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op zaterdag 4 oktober: wereld dierendag.