In 2015 kregen wij de kans om een radiotelescoop mee te sturen op een Chinese satelliet die naar de achterkant van de maan zou gaan; een kans waar we al jaren op wachtten. We zouden voor het eerst wetenschap kunnen doen met straling die we op aarde niet kunnen opvangen, maar achter de maan wel. En voor het eerst kunnen luisteren naar de signalen uit het allervroegste heelal, iets wat ons met de Amerikanen of de Russen nog niet gelukt was. Maar al bij de eerste besprekingen in Beijing werd mij duidelijk dat we met onze westerse manier van onderhandelen en overleggen, niet heel ver zouden komen.

Cultuurshock

Als ik terugdenk aan die eerste onderhandelingen, valt me op hoe groen en naïef wij waren. Wij kwamen met drie personen uit Nederland om met een delegatie Chinezen te praten die uit ruim tien personen bestond. En die Chinese delegatie had een hele andere verwachting van hoe ver we waren met ons instrument. Nu wist ik wel dat zo’n eerste bespreking vooral een ceremoniële functie heeft, dus dat er nog wel ruimte zou zijn om later te vertellen hoe het er echt voor stond. Maar het werd snel duidelijk dat wij niet alleen een andere taal spraken, maar ook andere gebruiken hadden. Volgens mij hebben we in dat eerste gesprek vooral langs elkaar heen gepraat, iedereen zei gewoon ja op wat er gevraagd werd.

Wij gingen er van uit dat de Chinezen toch wel zouden begrijpen dat wij nog een lange weg te gaan hadden; ons instrument bestond alleen nog maar op papier. De Chinese delegatie daarentegen dacht volgens mij dat wij de spullen op de plank hadden liggen en het een kwestie was van gewoon even opsturen. Op onze vragen over meer details van de satelliet, om daar rekening mee te houden in ons ontwerp, kwam geen gehoor. Waarschijnlijk omdat ze dachten dat we al lang klaar waren, maar mogelijk ook omdat informatie delen met een niet-Chinese organisatie behoorlijk lastig voor hen was.

Ik verliet die eerste bespreking behoorlijk verward, met het gevoel dat we nog ver uit elkaar stonden en dat ik veel energie moest steken in de persoonlijke relatie. Daarnaast wilde ik mijn Chinese collega’s beter begrijpen. Dit uit persoonlijke interesse, maar ook zodat ik mij beter op gesprekken zou kunnen voorbereiden om er meer uit te halen.

Gezichtsverlies

Nu ben ik altijd wel een doorzetter geweest: op de mavo begonnen en het uiteindelijk tot op de universiteit met een promotie geschopt. Ik denk dat die kwaliteit mij veel geholpen heeft in de samenwerking met China. Dat ik veel tegenwerking zou krijgen had ik wel verwacht, zo’n project is nou eenmaal niet eenvoudig. Maar dat het zo erg zou zijn had ik me nooit kunnen voorstellen. In de podcast “De man en de maan” worden verschillende voorbeelden aangedragen van diepe dalen waarin ik het soms echt niet meer zag zitten. Het was vooral het gevoel van onmacht doordat ik de acties van mijn Chinese collega’s totaal niet begreep, en mijn acties vaak niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat leken.

Het duurde zeker een jaar voordat ik doorhad waar die tegenwerking vandaan kwam. Na een gesprek op de KNAW werd mij veel duidelijk. Ik had mij nooit gerealiseerd dat gezichtsverlies zo’n belangrijk aspect van de Chinese cultuur is. Een situatie die in ons project nog versterkt werd doordat wij één van de eerste niet-Chinese partners in het Chinese ruimtevaartprogramma waren. Er stond dus veel op het spel, terwijl de risico’s op fouten in de ruimtevaart toch al aanzienlijk zijn en in ons project, vanwege de extreme korte looptijd, zo nodig nog hoger.

Dat maakte dat onze Chinese collega’s die verantwoordelijk waren voor het succes van het project niet altijd het vertrouwen hadden dat wij op tijd klaar zouden zijn. Om mogelijk gezichtsverlies te voorkomen, probeerden zij allerlei alternatieve opties klaar te hebben. Dat maakte bijvoorbeeld dat het heel lang heeft geduurd voordat we veel van de technische specificaties konden vastleggen, iets dat in de “westerse ruimtevaart” één van de zaken is die je zo snel mogelijk probeert te doen. Waar de aanpak in het westen vooral die is van keuzes maken, risico’s beperken en je ontwerp vastleggen, probeert men in China veel langer opties open te houden zodat er altijd een alternatief is om gezichtsverlies te voorkomen.

Een grappig effect hiervan is iets wat me ooit door een doorgewinterde Nederlandse zakenman op een vlucht naar Beijing is uitgelegd. Ik vroeg hem of hij begreep waarom het mij toch steeds niet lukte om afspraken vast te leggen, waarop hij lachend antwoordde: “Waar in het westen de onderhandelingen eindigen met het plaatsen van de handtekeningen onder een contract, beginnen in China de onderhandelingen dan pas.

Flexibiliteit

Terwijl wij druk bezig waren de radiotelescoop in een noodtempo af te krijgen en het samenwerken met China te begrijpen, nam het vertrouwen van mijn Chinese collega’s in dat wij op tijd zouden zijn voor de lancering af tot een dieptepunt. Om hun naderend gezichtsverlies af te wenden, werden er steeds grotere technische problemen opgeworpen om ons – zo begreep ik veel later – ook een easy way out te geven. Zo was het grootste dieptepunt de afwijzing van het testmodel, wat al 95% overeen kwam met het uiteindelijke instrument dat inmiddels achter de maan vliegt. De reden die werd geven: de behuizing was te groot, en moest de helft kleiner. Een onmogelijke opdracht, zeker een half jaar voor de lancering.

Waar anderen misschien die easy way out hadden  gekozen, was onze reactie anders. Gedreven door een jongensachtige motivatie om het tot de maan te halen,  gingen wij alle problemen te lijf en probeerden creatieve en flexibele oplossingen te bedenken voor de obstakels die het Chinese team opwierp. Maar “elk nadeel heeft zijn voordeel”; Johan Cruijff zei het al, zo ook in China met het gezichtsverlies. Door de flexibiliteit die ten grondslag ligt aan het gegeven gezichtsverlies te voorkomen, kon het Chinese team ook makkelijk inspelen op de oplossingen die wij aandroegen.

Ondertussen had ik voldoende tijd gehad om hele goede en duurzame persoonlijke relaties op te bouwen in China, op verschillende niveaus. Dat maakte dat de samenwerking steeds beter verliep, er gezamenlijk aan creatieve oplossingen gewerkt kon worden, en we uiteindelijk net op tijd waren voor de lancering. Op dit moment hebben we al anderhalf jaar het enige ruimte-radio observatorium achter de maan.

Terugkijkend op het hele project denk ik dat wij elkaar steeds beter zijn gaan begrijpen, en dat er een sterk wederzijds respect voor elkaars cultuur en manier van werken is ontstaan. Maar ook dat we in het begin heel erg langs elkaar heen hebben gewerkt. Hadden wij de bedoeling achter alle technische issues begrepen, dan hadden we misschien wel de makkelijke easy way out gekozen en was het heel anders gelopen.

Eén ding is zeker: de ervaring die ik nu heb opgedaan, de relaties die ik heb opgebouwd en het wederzijds vertrouwen dat is gekweekt, maakt dat het een volgende keer veel beter zal gaan. Ik kan dus ook bijna niet wachten op een tweede Chinese lift naar de maan.