‘Empress Cixi no. 1’, Li Hu, 1992

‘Niemand vindt Cixi aardig.’ Die uitspraak viel mij laatst op in een artikel in The Independent. Deze woorden werden uitgesproken door een Chinese souvenirverkoopster. Aangezien Cixi zo onaardig wordt gevonden, zou er geen markt zijn voor souvenirs die herinneren aan het bestaan van de vrouw die pakweg een halve eeuw lang de lakens uitdeelde in China. Het betekent echter niet dat Cixi geheel onbemind is. Integendeel. Ze is daar ‘the woman you love to hate’.

Machtsstrijd en intriges

Cixi fascineert mij. Wat mij betreft is ze de meest aansprekende figuur uit de moderne geschiedenis. Het was bij haar geen kwestie van de wieg op de juiste plek. Ze was niet ‘de dochter van’. Ze kreeg niets in de schoot geworpen en heeft overal voor moeten vechten. De reden dat zij het zo lang voor het zeggen had, was dat zij van alle concubines van keizer Xianfeng als enige een overlevende mannelijke nakomeling baarde. Dankzij een machtsstrijd en de nodige intriges kreeg zij het letterlijk achter de schermen voor het zeggen. Lang nadat haar zoon was overleden, slaagde Cixi erin nog steeds de macht naar zich toe te trekken. Ongeacht of ze het er goed vanaf bracht, is dat een prestatie van jewelste. Dat dit alles nog niet zo vreselijk lang geleden is – zij leefde van 1835 tot 1908 – maakt het nog bijzonderder.

De uitspraak van de souvenirverkoopster deed me denken aan mijn allereerste bezoek aan China, in de herfst van 2003. Toen deed ik wat alle toeristen dan doen: ik liet me rondleiden door een gids. Bij het Zomerpaleis schetste deze jongeman een inktzwart beeld van de keizerin-weduwe. Hij vertelde dat het een heel slechte vrouw was die er een potje van maakte en ervan genoot eunuchen te mishandelen. Op de vraag van een andere toerist hoe zij het dan zo lang had volgehouden – Cixi regeerde achter de schermen, met enkele onderbrekingen, van 1861 tot 1908 – kwam geen antwoord. Na afloop van de rondleiding sprak ik één op één na met de gids. Toen sloeg hij uit zichzelf een genuanceerdere toon aan. Blijkbaar was er iets wat hem verplichtte tijdens de rondleiding een karikatuur te beschrijven.

‘Het tweede portret van Cixi’, Hubert Vos, 1906

Kwaadaardige egoïste of vooruitziende hervormer?

Het was allicht die dualiteit die mij aanspoorde in mijn onderwerpkeuze. Ik wist dat ik niet de eerste zou zijn. En ik zal heus niet de laatste zijn. Een belangrijke vraag die mij bezighield, was wat een roman van mijn hand zou toevoegen. Diverse schrijvers, onder wie Pearl Buck, schreven fictie over haar. Ik zou niet eens de eerste Nederlander zijn die een poging waagde. Johan Fabricius ging mij in 1968 voor met Wij Tz’e Hsi. Toch heb ik me daardoor niet laten weerhouden. Cixi’s verhaal kan op allerlei manieren en in allerlei vormen worden verteld. Haar geschiedenis was zo ongelooflijk dat de beste romanschrijver het niet zou kunnen verzinnen. Misschien dat zij daarom zo’n aantrekkingskracht heeft op fictieschrijvers. Toen ik mijn twijfels met een vriend besprak, herinnerde hij me aan een belangrijke schrijftip: als niemand ooit over iets heeft geschreven, is het geen goed onderwerp. Ik hakte de knoop door. Die roman zou er komen.

Ik heb doelbewust geen ‘concurrerende’ romans over Cixi gelezen. Ik was bang dat ik me erdoor zou laten beïnvloeden of dat het lezen juist ontmoedigend zou werken. Wel heb ik óver die romans gelezen, zodat ik een beeld kreeg van de invalshoek. Ik wilde namelijk geen roman schrijven die al geschreven was.

Ik ontdekte algauw dat veel titels sterk beïnvloed zijn door China Under the Empress Dowager, een publicatie uit 1910 van J.O.P. Bland en Edmund Blackhouse waarin een beeld wordt geschetst van een monsterachtige concubine die de ene na de andere moord begaat. Het is allemaal te mooi om waar te zijn. En dat is het dan ook. Vele decennia later bleek dat de belangrijkste bron verzonnen was. Tegen die tijd was het kwaad geschied. Nog in het in 2003 verschenen The Last Empress: The She-Dragon of China van Keith Laidler werd de inhoud van China Under the Empress Dowager kritiekloos herhaald.

‘Reign behind the curtain’, Taylor Wu, 2018

Het ideale onderwerp voor historische fictie

Andere biografieën schetsen dan weer een compleet ander beeld. Zo wordt Cixi in Dragon Lady van Sterling Seagrave uit 1986 juist neergezet als uitermate zwak en hopeloos afhankelijk. In The Dragon Empress van Marina Warner uit 1972 komt Cixi dan weer naar voren als behoorlijk egoïstisch, maar niet per se kwaadaardig. Ik was met behulp van deze, en andere bronnen en niet te vergeten mijn reizen in Cixi’s voetsporen, al begonnen aan het schrijven van wat later Keizerlijk geel zou worden toen ik las dat Jung Chang een biografie zou publiceren. Toen schoof ik mijn schrijfproject op de lange baan, want het leek me onverstandig tegelijkertijd met een roman over dezelfde hoofdpersoon te komen.

Ik had verwacht dat Changs boek Empress Dowager Cixi (2013) het ultieme portret zou zijn. Chang schetst een positief beeld van Cixi, maar draaft nogal door doordat zij haar neerzet als een soort hervormingsgezinde feminist avant la lettre. De historische feiten spreken dat beeld toch echt tegen. Dat viel mij als lezer eerst wat tegen. Toen realiseerde ik me als romanschrijver hoe fijn het was… Een historische figuur over wie velen het oneens zijn is een godsgeschenk. Je kunt er alle kanten mee op en na verloop van tijd pakte ik de pen uiteindelijk toch weer op. En zo werd Keizerlijk geel alsnog geboren.

Vinden lezers ‘mijn’ Cixi aardig? Dat wisselt nogal. Op dezelfde dag dat ik een e-mail van een lezer kreeg die beschreef dat hij vond dat ze zachtaardig overkwam, kwam er een bericht binnen van een collega-schrijver. ‘Wat een takkewijf,’ schreef ze. Twee lezers, twee compleet verschillende ervaringen. Daaruit leid ik af dat ik er goed aan heb gedaan deze roman toch te schrijven. Of de souvenirverkoopster dat ook vindt kan ik niet bepalen.

Lees de recensie over Keizerlijk Geel elders op China2025.nl