Na meer dan een decennium van China-ervaringen sta ik mijn ogen voor de zoveelste keer uit te kijken. Ik zweet als een otter, want ik heb drie jassen en twee skibroeken aan in een klamme, warme vliegveld terminal, althans daar doet het me aan denken. Het is buiten namelijk -34ºC, al voelt het eigenlijk nog een stuk kouder – dat zeg ik terwijl ik nog nooit ben blootgesteld aan dat soort temperaturen, maar toch voelt het zo. Ik sta voor de grootste glazen muur die ik in mijn leven heb gezien en niks van wat ik voor mij zie klopt met wat ik gewend ben. Door het glas zie ik witte banen die zich een kunstmatige weg banen over een bruine bergheuvel. Het is geen berg, maar ook geen heuvel. Naast de meest rechter baan, ook wel Chinese skipiste genaamd, staat een sloot aan grijze beukflats in aanbouw, zoals ik ze ook ooit in het Franse ski/party-oord Risoul heb zien staan. Eromheen worden allerlei luxe hotels aangelegd, allemaal met totaal andere bouwstijlen. Aan de andere kant staan olympische ringen, om iedereen eraan te herinneren dat over vijf jaar deze plek het centrum van de sportwereld zal zijn. Terwijl ik mij afvraag of de BMW reclameposter, zo groot als een kwart voetbalveld, dan nog steeds langs een van de pistes hangt, schrik ik van een schrapend geluid achter mij.

Een achtjarig jongetje sleept zijn ski’s en stokken over de grond, want ze zijn te zwaar om te tillen. Drie meter achter hem langlaufen zijn twee vriendjes over de stenen vloer op weg naar de draaideur die ze naar de pistes brengt. Ik heb medelijden met de ski’s, maar kan niet onderdrukken dat ik het toch ook een slimme oplossing vind. Want al die spullen zijn ook niet te tillen voor een kind van acht, zeker als je het nog nooit hebt gedaan en niemand uitlegt hoe je dat doet. En daarnaast zijn die spullen toch niet van hen. De jongens komen namelijk regelrecht uit de meest efficiënte skiwinkel die ik ooit heb gezien. In één gang zitten tien garderobes op een rij, met elk een individueel huuritem in alle maten. Je begint met een skipas, dan een locker sleutel, een skibroek, een jas, een paar handschoenen, een helm, een skibril, skischoenen en skistokken, om af te sluiten met ski’s. Je komt met niks en binnen dertig meter en vijf minuten ben je klaar om de skilift in te stappen. Wat betreft uitrusting dan. Want eigenlijk helemaal niemand kan skiën. En dat is waarom ik er ben.

Geen (sport)land verandert zo snel als China

Ik kom sinds 2006 in China. Bij elk bezoek begint mijn ontdekkingsreis weer een beetje opnieuw, want geen land verandert zo snel als China. Toch is die verandering niet gelijkmatig. Sommige elementen, mensen of steden veranderen sneller of later dan anderen. Sport is een goed voorbeeld. In mijn eerste Chinese jaren speelt sport een beperkte rol in de maatschappij. Het was eigenlijk alleen weggelegd voor een elite groepje met professionele ambities. Voor kinderen is het toch vooral afleiding van school en een luxe die weinigen gegund is. In die periode had ik nooit kunnen voorzien dat ik tien jaar later skiles zou geven aan een generatie met toegang tot de juiste voorwaarden die voorheen niet beschikbaar waren: tijd, geld en interesse.

Maar dat is nu anders. China is aan het sporten geslagen. Er wordt druk gediscussieerd wat de onderliggende reden is. Politiek, economisch, maatschappelijk of toch organisch, hoe dan ook het is booming. Waar de opkomst van een sport als voetbal een logische is, aangezien de sport die vrijwel overal en door iedereen beoefent kan worden, geldt dat voor een sport als skiën veel minder. Toch blijkt de geschiedenis van China zoals wel vaker langer dan je denkt. Duizenden jaren geleden werd er in China al geskied, volgens sommige historici zelfs als eerste land in de wereld.

Toch waren er in 1996 slechts zes skigebieden in China. Ook in de jaren daarna bleef het een sport voor de ‘happy few’ en kwamen er slechts incidenteel gebieden bij in de buurt van steden met het juiste klimaat. China was vooral druk met geld verdienen voor aankopen als auto’s, huizen en ander tastbaar bewijs van hun succes. Tijd voor plezier en avontuur was er niet – of werd niet genomen. Maar ook het Chinese geweten is aan verandering onderhevig. Kwaliteit van leven wordt steeds belangrijker en de groep die er de middelen voor heeft, blijft ook maar groeien. Dat is nodig ook, want de Chinese overheid heeft een getal geplakt op de wintersport ambities voor het volk: 300 miljoen wintersporters. Als je bedenkt dat er jaarlijks wereldwijd nog niet eens 300 miljoen mensen op de lange latten staan, begrijp je ook meteen waarom inmiddels de hele skiwereld de ogen op China heeft gericht. Een industrie die onder druk staat door klimaatverandering, want steeds meer gebieden worden afhankelijker van kunstmatige sneeuw.

In Chongli is er bijna alleen maar kunstmatige sneeuw. Het sneeuwt er zelden. Het eerste resort genaamd Wanlong genaamd werd twintig jaar geleden geopend. Sindsdien zijn er velen gevolgd. De verwachting is dat ergens in de komende jaren het aantal skigebieden in het land over de duizend zal gaan. Bijna al die gebieden zijn aangelegd. Niet zoals bij ons, door wat bomen weg te halen en liften te plaatsen, maar hele bergen worden uitgegraven. Want, op advies van Oostenrijkse en Duitse experts, is er voor elk niveau een ideale hellingshoek. Net als SnowWorld, maar dan buiten.

Naar China als ski-adviseur

Terug naar mijn bezoek aan het Olympisch skidorp. Samen met mijn Zwitserse partner, die ik ontmoette tijdens mijn studie Chinees, organiseerde ik sinds twee jaar skikampen in Zwitserland voor Chinese kinderen. Steeds vaker kregen we de vraag of we niet ook naar China konden komen. Want daar waren immers die miljoenen beginners op zoek naar een leraar. Zoals wel vaker zijn de grote getallen de grootste tegenstander van vooruitgang. Een paar jaar gelden was je een uitzondering als je ooit op ski’s had gestaan. Maar nu, nu telt China duizenden skileraren. Waar komen die plotseling vandaan? Al snel werd duidelijk dat het merendeel gymleraren waren met een weekend cursus skiën in de benen. Zelf veilig beneden komen was uitdaging genoeg.

In naam van de Swiss Ski School en in samenwerking met een Chinees bedrijf besloten we onze activiteiten ook in China zelf aan te bieden. Maar al snel kwamen we erachter waarom skiles geven in China niet erg populair was onder Europese leraren. We spraken onder andere een Zwitsers meisje dat na een aantal maanden was teruggekeerd omdat ze een rechtszaak aan haar broek had. Een jongetje was gevallen, gewoon onschuldig op de piste maar brak wel zijn been. De verzekering besloot om haar persoonlijk aansprakelijk te stellen. Ook wij konden deze horde niet uit de weg nemen en besloten op consultancy basis af te reizen. Geen les geven, maar slechts Chinese leraren adviseren.

Kijken vanuit een ander perspectief

De pistes mogen dan de perfecte hellingshoek hebben, ook daar blijft het een sport met risico’s. Zelfs de kinderweide is geen veilige haven. Of misschien beter gezegd, juist helemaal niet. Omdat de meesten beginner zijn, is het daar juist druk. Waar de kinderen vaak op les gaan, vinden veel volwassenen dat onnodig. Zonder enige kennis en techniek nemen ze de lopende band omhoog. Het merendeel kruipt, met zekere regelmaat zelfs letterlijk, naar beneden om vervolgens gewoon weer diezelfde lopende band omhoog te pakken. Skiën mag je het niet noemen, al begrijp ik wel dat ze de volgende dag spierpijn hebben. Deze groep is vooral vermakelijk en onschuldig.

Als skileraar is mijn grootste zorg die andere groep. Toen ik het voor het eerst de kinderweide binnen liep was het meteen raak. Drie kamikaze piloten vlogen het hek onderaan in. De metersdikke kussens verraden dat het niet de eerste keer is – het is een soort airbag-muur. Je zou het bijna gaan uitproberen, ware het niet dat overal kleine kinderen ronddartelen, en daar zitten geen airbags omheen.

Het is makkelijk om al mijn verbazing om te zetten in cynisme. Als ik ergens dankbaar voor ben, is dat mijn China-ervaring mij een ander perspectief heeft leren zien. Pekinezen hebben steeds meer de behoeften om de drukte van de stad te ontvluchten, gezond te leven en het avontuur op te zoeken. Chongli biedt het allemaal. Ja, het is allemaal anders. En ja, ze moeten nog veel leren. Maar kijk je vanuit een ander perspectief, dan zie je ook de potentie van een nieuw begin. Waar ski je nou een slalom om de windmolens heen? Als je niet anders gewend bent, wie klaagt er dan over het uitzicht? Of denk aan de super garderobe in die vliegveldterminal die ik eerder beschreef. Misschien niet gezellig, maar wel schaalbaar en daardoor toegankelijk voor velen die het anders niet zouden kunnen betalen. Daarnaast blijft de “sneeuw” daar veel langer liggen met die belachelijk lage temperaturen. Chongli is eigenlijk een soort SnowWorld 2.0, denk ik. Wij hebben dat toch ook aangelegd, wie zijn wij dan om wat van hen te vinden?

 

Dit blog is het laatste in een korte serie die we publiceren in aanloop naar de Olympische Winterspelen die in februari 2022 in Beijing worden gehouden. Lees de andere blogs in deze serie elders op China2025.nl: 

1) We are a sports loving nation!
2) Sport als basis voor een “Happy & Healthy China”
3) China en de Olympische Spelen