Een andere blik op taoïsme, nog steeds

Op deze website worden doorgaans nieuwe, recent verschenen boeken besproken. Waarom dan aandacht voor een inmiddels klassiek boek over het taoïsme (daoïsme) dat in het Frans veertig jaar geleden verscheen en in 1988 in Nederlandse vertaling? Aandacht voor de negenentwintigste druk van het boek lijkt gerechtvaardigd omdat het een wezenlijk andere blik op het taoïsme biedt dan het meeste wat er op de boekenmarkt beschikbaar is.

Veel van titels waarin het woord ‘tao’ voorkomt, betreffen teksten waarin losjes met het oude Chinese gedachtegoed wordt omgegaan, om er voor moderne westerse lezers iets interessants of bruikbaars uit te halen. Dit varieert van pogingen om een filosofie voor de nieuwe tijd (‘new age’) te ontwikkelen tot praktische aanwijzingen voor persoonlijke geluk of een beter seksleven.

Een heel andere categorie vormt de serieuze filosofische literatuur die zich concentreert op de centrale klassieke teksten van het taoïsme, met name de ‘Dao De Jing’ en ‘Zhuang Zi’, en daar de kernbegrippen en zienswijzen uit destilleert, in vergelijking met andere stromingen van het Chinese denken en de westerse filosofie.

Het boek van Schipper, dat oorspronkelijk ‘le corps Taoiste’ heette, wijkt af van zowel de populaire literatuur die ‘tao’ gebruikt voor een moderne boodschap als die van de filosofen die de vaak cryptische teksten ontcijferen. Het ging Kristofer Schipper om het begrijpen van de taoïstische praktijk, waarin de teksten worden gebruikt, om de ‘levende religie van China’, zoals de ondertitel van het boek luidt.

Liturgische praktijk en een veelheid van teksten

Auteur Kristofer Schipper

De auteur onderzocht de liturgische praktijk van het bestaande taoïsme als onderzoeker in Taiwan tussen 1962 en 1978. De bestudering van oude teksten, veel meer dan de twee teksten waarop de meeste filosofen zich concentreren, vulde hij aan met participatieve observatie, waarin hij zo dicht op de praktijk van het taoïsme kwam dat hij in 1968 zelfs taoïstisch meester werd.

Het nu opnieuw gedrukte boek weerspiegelt deze ervaring van de godsdienst van binnenuit. Niet de afstandelijke bespreking door de filosoof of het oppervlakkig gebruik van het gedachtegoed door de hedendaagse geluksindustrie, maar de doorleefde praktijk met zijn rituelen, oefeningen, meditatie en teksten komt naar voren in het boek, waarin de auteur zowel observator als deelnemer is.

Deze in de rituele praktijk gewortelde weergave van het taoïsme is breed. Ook de Chinese volksreligie met haar goden en gebruiken, die in de praktijk onderdeel zijn van de taoïstische liturgie, hoort erbij en wordt er niet zoals gebruikelijk van onderscheiden. Voor Schipper is het taoïsme de echte religie van het Chinese volk, zulks in tegenstelling tot de denksystemen die door de staat werden opgedrongen, zoals het confucianisme, het boeddhisme en later het socialisme. Het taoïsme als religie zonder officiële leer en zonder formele organisatie is geworteld in de lokale gemeenschappen en ongeschikt als staatsgodsdienst.

Beelden, begrippen en verhalen

In het boek maakt de lezer kennis met gedetailleerde beschrijvingen van rituelen en hun betekenissen, met de beelden die oude teksten leveren en de kernbegrippen van het taoïsme. Mythologische verhalen helpen de essenties van het denken te begrijpen dat steeds de paradox bevat dat belangrijke dingen niet in woorden uit te drukken zijn, maar daar wel in woorden over spreekt.

Veel van wat wij als irrationeel of onwerkelijk zien, zoals alchemie en onsterfelijkheid, wordt in het boek gepresenteerd als deel van de taoïstische wereld, zonder oordeel over waarheid of werkelijkheid. Vaak voert Schipper de lezer aan de hand van oude poëtische teksten naar een sprookjesachtige werkelijkheid. Een mooi voorbeeld is de mythe van Lao Zi, van wie de naam ‘oud kind’ betekent, die als grijsaard werd geboren na een verblijf meer dan tachtig jaar in de baarmoeder. Zo stapelen in het boek zich beelden op die samen een de wereld van het taoïsme tonen en inhoud geven aan de op zich ongrijpbare kernbegrippen zoals (energiestroom e.d., door de auteur als pneuma vertaald) en Dào (de Weg).

Lichaam en beheersing

Centraal is de beschouwing van het taoïsme van Schipper is het lichaam als de kern van alles. Uiteindelijk vindt de mens de goden in zijn eigen lichaam. Door oefening kan een mens beheersing over dit lichaam verkrijgen, met als toppunt het verkrijgen van onsterfelijkheid. Wie greep op de wereld wil krijgen, moet zichzelf leren beheersen en zijn energie niet verspillen.

Deze lichamelijkheid komt ook tot uiting in de beschrijvingen die het boek geeft van rituelen: muziek, dans, recitatie en meditatie gaan samen. Het gaat nooit om woorden alleen. Deze nadruk onderscheidt het boek van beschouwingen die vooral over teksten gaan. Voor Schipper is de religie een levend geheel van mensen die met beweging, geluid en adem toegang vinden tot het onzegbare. En deze werkelijkheid is lokaal, niet opgelegd door een staat of een leer.

Voor wie is dit boek (niet)?

Het is geen gemakkelijk boek en wie het wil begrijpen heeft tijd en aandacht nodig. Het is dus af te raden voor wie een snelle uitleg over het taoïsme zoekt. Ook wie direct toepasbare ‘oosterse’ wijsheid zoekt voor het eigen leven zal dit boek te ingewikkeld vinden. Maar wie geïnteresseerd is in de taoïstische praktijk waarin de klassieke teksten een rol spelen, kan veel leren uit het boek. Als aanvulling op de meer filosofische teksten vond ik het heel interessant.

De oorsprong van het boek, veldwerk uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, lijkt een beperking. Is anno 2022 het taoïsme de ‘levende godsdienst van China’?  Dit lijkt wishful thinking of nostalgie, nu nog meer dan toen het boek uitkwam.

Tao: De levende religie van China | Kristofer Schipper | Meulenhoff Amsterdam | mei 2022 | 318 pag. | paperback € 22,99 | ook verkrijgbaar als e-book | ISBN: 9789029095396