Maandag 1 december is Wereld Aidsdag. Door een schandaal met bloedtransfusie heeft het virus in China om zich heen kunnen grijpen. Toch is het aantal HIV-geïnfecteerden niet hoger dan in andere landen.

Aidspatiënten in China hebben een bijzondere beschermvrouwe: Peng Liyuan, de echtgenote van president Xi Jinping, is sinds 2011 VN-ambassadeur voor HIV/Aids. Dat zij die functie accepteerde zegt veel over de veranderende wijze waarop in China naar de ziekte wordt gekeken.

Het acquired immuno-deficiency syndrome wordt eind jaren ’70 voor het eerst vastgesteld in Noord-Amerika. Het HIV-virus verzwakt het afweermechanisme van het lichaam, waardoor de drager vatbaar is voor ziektes die normaal gesproken niet fataal zijn. Vanwege het hoge aantal homoseksuele patiënten spreekt men in eerste instantie over een homo-ziekte. Maar dit blijkt niet waar, er blijken ook andere  risicogroepen te zijn.

China heeft jarenlang glashard ontkent dat Aids in de Volksrepubliek voorkwam. De ziekte werd beschouwd als een uitwas van het decadente westen en Chinezen werden gewaarschuwd geen seks met buitenlanders te hebben. Uit bloedonderzoek blijkt achteraf dat Aids al in 1982 in China voorkwam. Het duurt echter twintig jaar voordat de Chinese overheid toegeeft dat de ziekte om zich heen heeft geslagen. En er is een binnenlands schandaal voor nodig voordat openheid wordt gegeven.

Verschillende Chinese provincies hebben in de jaren ’90 een programma voor bloeddonatie opgezet. Bij burgers wordt bloed afgenomen, bloedplasma wordt afgescheiden waarna de bloedcellen in het lichaam worden teruggebracht. Het programma is een succes; donoren ontvangen een welkome vergoeding van 50 yuan (6 euro) en de gezondheidsautoriteiten verkopen het plasma voor veel geld aan de farmaceutische industrie. Fabrieken, scholen, zelfs het leger zetten donatiestations op. Miljoenen Chinezen doen mee, onwetend van het feit dat zij door gebrekkige sterilisatie gezondheidsrisico’s lopen. De ramp wordt nog groter als ziekenhuispatiënten door een transfusie besmet bloed krijgen toegediend, ook als medici door beginnen te krijgen dat zich een catastrofe ontwikkelt.

In eerste instantie wordt hard opgetreden tegen activisten die de problematiek aan de kaak willen stellen. Het doofpotschandaal kleeft nog steeds aan de man die toen verantwoordelijk was voor de gezondheidszorg in de zwaar getroffen provincie Henan en tegenwoordig premier van China is: Li Keqiang.

Als Aids zich eenmaal onder een onwetende bevolking bevindt, is er weinig voor nodig om het virus zich te laten verspreiden. Door onbeschermde seks en drugsgebruikers verspreidt de epidemie zich verder.

In mei 1995 worden alle donatiestations abrupt gesloten. De Chinese overheid beseft dan eindelijk dat zich een ramp aan het voltrekken is. Toch wordt besmet bloedplasma nog zeker een jaar lang voor donaties gebruikt. De aandacht richt zich op de provincie Henan, maar Aids komt in 1998 al in alle Chinese provincies voor.

Verschillende maatregelen worden genomen om de schade te beperken. De belangrijkste is de standaardisatie van bloeddonatie in 1998. Voorlichtingscampagnes worden opgestart en de overheid begint programma’s om naalden voor drugsgebruikers en condooms te verspreiden. Maar het duurt tot 2002 voordat de overheid toegeeft dat zich een Aids-epidemie aan het voltrekken is.

Sommige Aids-patiënten worden sociaal geïsoleerd uit onwetendheid over de ziekte; soms worden ze zelfs uit ziekenhuizen geweerd. Een keerpunt is het ziekenhuisbezoek van premier Wen Jiabao in 2003. Hij schudt Aidspatiënten onder het oog van de camera’s de hand als statement tegen sociale uitsluiting. Ziekenhuizen worden verplicht HIV-patiënten te behandelen.

Vanwege de gebrekkige ziektenkostenverzekering kunnen de meeste patiënten de kosten van behandeling echter niet opbrengen. Sommigen ontvangen na lange juridische strijd een schadevergoeding, maar het weegt niet op tegen de kosten van de behandeling. Voor velen is het dan al te laat.

In 2003 wordt ook voor het eerst de omvang van de epidemie duidelijk, als de overheid bekend maakt dat China 840.000 Hiv-geïnfecteerden telt, waaronder 80.000 gediagnosticeerd met Aids. Waarschijnlijk was het aantal HIV-geïnfecteerden hoger, volgens sommige bronnen twee keer zo hoog.

Wereld AidsdagVolgens de Chinese overheid zijn er in 2013 430.000 geïnfecteerden; volgens de VN is dat cijfer in werkelijkheid anderhalf à twee keer groter. Het percentage van de volwassen bevolking waarbij het HIV-virus is vastgesteld (0,1 procent) is echter niet hoger dan bijvoorbeeld Japan of West-Europese landen.

Hoewel de kennis over HIV en Aids nog altijd niet groot is, zijn veel Chinezen zich bewust van de risico’s. Vorig jaar lieten ongeveer honderd miljoen mensen zich testen op HIV; onder hen tien miljoen zwangere vrouwen die in China standaard worden getest om moeder-kindoverdracht te voorkomen.

Dat het stigma tegenover mensen met HIV nog steeds hardnekkig is, bleek vorig jaar toen de overheid een voorstel lanceerde om geïnfecteerden te weren uit openbare badhuizen.

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op zondag 7 december: Internationale dag van de burgerluchtvaart.